Nederlands Deutsch

Wet

In deze rubriek wordt de voor landbouwers relevante wet- en regelgeving weergegeven.

 

Bedrijfsspecifieke excretie melkvee

Veel melkveehouders maken inmiddels gebruik van de mogelijkheid om de excretie van het melkvee bedrijfsspecifiek vast te stellen. Graag willen we u attenderen op de voorraad bepaling van de kuilvoeders.

Moet de voorraad kuil per 1 januari worden bepaald? En als je in 2009 voor het
eerst de bedrijfsspecifieke excretie toepast?

Ieder bedrijf dat de bedrijfsspecifieke excretie toepast, moet op 1 januari en op 31
december de voorraden bepalen en registreren. De eindvoorraad op 31 december
geldt ook weer als beginvoorraad op 1 januari van het volgende jaar. De voorraad
wordt bepaald op basis van hoeveelheid en gehalten. De hoeveelheid kunt u zelf
bepalen, volgens de richtlijnen van bijlage 1 (onderdeel C) en met behulp van de
hoeveelheid die de monsternemer van het laboratorium eerder heeft
vastgesteld. Het laboratorium bepaalt de gehalten; normaal is dat al eerder gebeurd,
zodat de analyses al klaar liggen. Vervolgens moet u de plaats van de kuilen per 31
december en 1 januari intekenen op een overzichtskaartje (bijlage 1, onderdeel D).
Past u in 2009 voor het eerst de bedrijfsspecifieke excretie toe? Dan geldt hetzelfde.
Alle kuilen die op 1 januari 2009 aanwezig waren, heeft u ingetekend op een
overzichtskaartje. Alle kuilen die op 1 januari 2009 in gebruik waren, heeft u uiterlijk
1 januari 2009 laten opmeten en bemonsteren door een erkend laboratorium. Alle
kuilen die u in 2009 in gebruik neemt, laat u vóór het aanbreken opmeten en
bemonsteren door een erkend laboratorium.

(bron: LNV-loket)

Voor meer informatie, zie het LNV loket.

© 2007-2012 Gunnewick Mengvoeders - sitemap